“Nooit geweten dat het zo zou zijn bij een psycholoog”

“Ik durf niet te vertrouwen op iemand anders dan mezelf en tegelijkertijd wil ik nu niets liever”. Haar stem klinkt broos. Haar prachtige, donkere ogen verbreken het contact terwijl ze haar hoofd buigt. Haar angst, schroom en terughoudendheid zijn voelbaar, de gespannen energie hangt een paar seconden zwaar in de ruimte. Lang genoeg voor mij om op te merken hoe mijn hart zich vult met trots, op haar moed om zich zo open te stellen. Terwijl ik ook haar angst kan voelen en zie hoe haar ademhaling verstilt. Ik zeg niks. Ik doe niks. Ik wacht. Dan zucht ze diep, haar schouders zakken, de energie daalt neer terwijl ze opkijkt en in mijn ogen lijkt te zoeken naar een reactie. Terwijl ook mijn ademhaling zich verdiept, is het enige wat ik zeg: “Dat weet ik”. Haar wenkbrauw schiet omhoog, een verwarde frons verschijnt op haar voorhoofd. “Hoe kan dat?” vraagt ze. “Dit heb ik nog nooit zo uitgesproken, tegen niemand”. Terwijl een glimlach zich over mijn gezicht verspreidt, zeg ik: “Daarom kan ik voelen hoe jouw moedige openheid me raakt. Maar je lichaam was je voor, je lichaam heeft al voor je gesproken”. Het duurt een fractie van een seconde, en dan verzachten haar ogen, ontspant haar gezicht en zie ik ook op het hare een glimlach verschijnen. De rest van de sessie oefenen we samen met het thema loslaten, onderzoeken we hoe het is om te leunen, op haar eigen benen zoals ze dat zo goed kent, maar vervolgens ook op de stoel en op de ander (mij in dit geval). Samen hoeven we niks, volgen we het tempo en de beweging van haar lichaam. En steeds iets meer zie en voel ik hoe met name haar benen, rug en nek de spanning loslaten, hoe haar lichaam verzwaart in haar verlangen zich voor even te mogen overgeven. Er voor even niet te hoeven staan. Voor zichzelf niet en voor de ander al helemaal niet.

Bij de deur staat ze, op het punt om te gaan, zichtbaar meer ontspannen, lichter en met heldere ogen. “Nooit geweten dat het zo zou kunnen zijn bij een psycholoog,” zegt ze. Ik moet lachen terwijl ik haar bedank voor wat ik opvat als een enorm compliment. En nog voor de deur achter haar dichtvalt, realiseer ik me met een immens gevoel van dankbaarheid dat ik dat tot niet zo lang geleden zelf ook niet geweten heb.