Vuur brandt niet zonder zuurstof

Jezelf inruilen voor de ander. Het patroon kan uiteenlopende vormen aannemen. Van stukjes van jezelf weghouden ten behoeve van de ander, tot jezelf volledig wegcijferen ten dienste van de ander. Als je jezelf inruilt voor de ander, je eigen stroom verlegt of zelfs tegenwerkt zodat de stroom van de ander vrijer ruimte heeft. Dan kan het angstvallig stil blijven wanneer je geconfronteerd wordt met de vraag wie jij eigenlijk bént – los van de rollen die je hebt aangenomen.

Waarom zou je jezelf inruilen voor de ander? Voor goedkeuring van de ander? Om te vluchten voor wat het betekent om jou te zijn? Misschien omdat zorgen voor de ander ergens in je leven een beschermingsmechanisme is geworden. Omdat ‘jezelf zijn’ in het beste geval niet goed genoeg was en in het slechtste geval was het (levens)bedreigend.

Jezelf inruilen voor de ander is de grootste prijs die je kan betalen. Want hoe voel je nog waar de ander eindigt en waar jij begint? Hoe voel je welke ware plek je in te nemen hebt? Hoe maak je contact met je eigen authenticiteit in doen en zijn? Hoe herken je jouw unieke stemgeluid? Hoe maak je oprechte verbinding met de ander, en de ander met jou? Hoe transformeer je binding, gebaseerd op onvrijheid en angst, tot verbinding, gebaseerd op vrijheid en liefde?

Dit thema heeft zich nog niet zo lang geleden op bewust niveau in mijn oefentuintje des levens aangediend. Ik zie nu hoe ik mezelf onbewust jarenlang heb ingeruild ten behoeve van een ander. Ik zie hoe ik het nog steeds doe. En ik voel nu ook het prijskaartje ervan. Jezelf inruilen voor de ander is het grootste verlies dat je kan lijden. En bij verlies hoort rouw. Rouw om de stukken van jezelf die je nooit ontmoet hebt, die nooit de ruimte gekregen hebben. Rouw om de persoon die niet tot bloei gekomen is.

Nu ik mijn patronen steeds iets makkelijker herken, is mijn expeditie begonnen. Ik zie hoe het me nu niet meer dient, hoe ik er dankbaar afscheid van mag nemen. Maar er is ook angst. De immense angst die gepaard gaat met de even zo grote wil om hierin steeds meer los te gaan laten. De liefdevolle ‘nee’ naar de ander. De liefdevolle ‘ja’ naar mezelf. Angst voor wat het met die ander gaat doen, angst om te moeten vertrouwen dat het (uiteindelijk) ook dienend voor die ander is. Maar ook angst voor de vraag wat er van “mij” overblijft als ik loskom van die ander.

Mijn hoofd heeft het antwoord niet. De expeditie gaat door mijn lichaam. Daar zit het kompas van feedback dat vertelt wat resoneert met mijn eigenheid, wat klopt voor wie ík ben. Het centrum dat me vertelt waar ik mezelf achterlaat in de beweging naar de ander. En die leerweg kost ontzettend veel tijd, maar die gaat het waard zijn.

Omdat ik mijzelf en de ander gun dat we de transformatie maken van benauwende binding naar oprechte, liefdevolle verbinding vanuit onze eigen plekken.

Omdat mijn vuur én dat van de ander niet kan branden zonder zuurstof.