Helen vanuit de plek waar de schade is aangericht: het lichaam

“Ik weet wel wat ik nu zou willen doen”. Ze lacht een verlegen lach, kijkt naar de grond. Haar handpalmen rusten op de mijne. Ontspannen inmiddels, in tegenstelling tot een paar minuten geleden toen ze haar schouders en bovenarmen aanspande en haar ellebogen tegen haar zij drukte om mij van haar “zwaarte” te ontlasten. Ze kijkt op, haar ogen vinden de mijne en ik lees haar vraag om toestemming. Zonder te vragen wat ze zou willen doen, nodig ik haar uit: “Volg het maar, volg maar wat je lichaam je ingeeft”.

Ze lift haar handen, strekt haar armen en duwt haar gestrekte handen van haar vandaan tegen mijn borst. Ik laat haar blik niet los terwijl ze rustige stappen naar achteren zet en haar rug recht. De beweging die ze toen niet kon maken, maar nu wel. Kracht en regie herwonnen.

“Hoe voelt dit?” Ik betrap mezelf op een lichte heesheid in mijn stem terwijl ik een korte reis maak langs wat het in mij oproept. Ze kruist haar armen voor haar borst, laat dan haar armen met een zwiepende beweging zakken en haar schouders zakken mee. Ze kijkt om zich heen alsof ze even moet wennen aan haar nieuwe plek en zakt iets in haar benen. Dan kijkt ze weer op met een lach die me verrast én beroert. Haar lach als rookgordijn herken ik namelijk feilloos (toegegeven, ik ken hem van mezelf ook ontzettend goed). De maak-je-om-mij-maar-geen-zorgen-het-gaat-best-goed-lach. De geruststelling voor de ander, de bescherming voor zichzelf zodat mensen niet te dichtbij komen.

Maar deze lach heb ik van haar nog niet gezien. Resonerend in haar hart waar ze contact maakt met haar overvloedige liefde en in haar buik waar ze contact maakt met haar immense power. En de prachtige weerspiegeling ervan in haar ogen. Ze staat er en ze straalt. Een overwinningslach. De verankering zit al in haar lichaam en ze verstevigt het door zich uit te spreken: “Ik voel me nu veilig en sterk. Ik bén veilig en sterk.”