“Raak je mensen echt aan?”… “Ja, jij niet dan?” :)

“Maar je raakt mensen toch niet echt aan?” ……

De vraag die ik wel eens krijg als ik noem dat ik een lichaamsgerichte werkwijze heb in de begeleiding van mensen met vroegkinderlijke trauma’s. En het blijft me verbazen. Ja, ik raak mensen aan om ze te helpen voelen wat gevoeld mag worden, te helpen reguleren wat zich aandient. Aanraking is wezenlijk, een primaire levensbehoefte die maar al te vaak niet vervuld is. Het is de meest natuurlijke methode om het kalmeringssysteem van het lichaam te activeren. Aanraking, mits in een veilige bedding, helpt mensen om lichamelijke gewaarwordingen en emoties te ervaren. Om bevroren kindstukken aan te raken, liefdevol te ontmoeten en te integreren in het hier en nu. Waar aanraking is, komt de stroom van levensenergie op gang.

Dus oefen ik met mensen te voelen en ervaren in het lichaam door mijn hand bijvoorbeeld op hun hart of tussen hun schouderbladen te leggen. Altijd met toestemming, ook van het lichaam. Soms een aai over het hoofd of een omhelzing vanuit pure intuïtie dat dat in het moment meer helpend is voor mensen dan wat ook. Niet omdat het aan mij is om een onvervulde behoefte op te vullen. Wel om mensen corrigerende ervaringen te laten opdoen die rechtstreeks opgeslagen worden op de plek waar ook de schade aanwezig is, het lichaam. In ieder geval net zo lang tot ze voldoende in staat zijn om hun compassievolle, volwassen zelf aan te boren als steun voor die kleine binnenin die zo ontzettend hard gestreden heeft en die het verdiend heeft om in alle veiligheid vastgehouden te worden. Verdiend, voor niks meer dan het eenvoudige feit dat het een kind is. In het hier en nu aangeraakt, gezien, gehoord en uitgenodigd om er te mogen zijn.

Laatst vroeg een cliënte me in een knuffel: “Mag ik voelen dat ik dit eigenlijk ontzettend fijn vind?” De vraag raakte me, moet ze mij om toestemming vragen? Ik antwoorde: “Volgens mij ben je jezelf om toestemming aan het vragen”. Na een korte stilte antwoordde ze: “Ik kan het die kleine meid binnenin me niet langer ontzeggen. Ik wíl het haar niet meer ontzeggen. Ze kent aanraking op hele andere manieren en mijn lichaam mag nu voelen dat het goed kan zijn. Dat het goed is. Mijn lichaam voelt het al, de kleine daarbinnen ook.” Met een zucht daalde haar inzicht neer in haar lichaam. Verzachting in de spieren waarmee het lichaam bevestigde het er volledig mee eens te zijn.